Skip to content
1766

CL geestlyke gezangen

Abdias Velingius

XXXIII Lied.

1 O Held, ô zegenryke Vorst, Die 's Waerelds zonden hebt getorst, Gy hebt Uw zelfs verheven, Aan Uwes Vaders

Rechterhand, Den Vyand bondt Gy aan den band, Ontrukt hem zelfs het leeven, Mag- tig, Prachtig, Zegepraalt Gy, Eer behaalt Gy, Dood en leeven, Zyn in Uwe hand gegeeven. 2 U dienen Heer de Cherubim, U loven Heer de Seraphim, Met al de Hemelschaa- ren, Wyl Gy, die ons het heil aanbragt, Met groote Majesteit en pracht; Ten He- mel zyt gevaren. Klinkt vry, Zingt bly,

Eere Psalmen, Vreugde galmen, Nu de Koning, Opvaart naar zyn Hemelwooning. 3 Gy zyt ons Hooft, en wy, wy zyn, Uw Leeden, zelf in druk en pyn; Schenk Gy ons troost en leeven, Heil, vrede, licht, vreugd, nieuwe kracht, En wat een Ziel, door druk versmagt, Verkwikt, wil ons toch geeven: Leer my, Keer my, Naar Uw wille, Dat ik stille, U moog' pryzen, En met Lofzang eer bewyzen.

4 Trek, trek ons, ô genadig Heer! Geef Jesus, dat wy, meer en meer, Naar Uw Gemeenschap trachten, Godvruchtigheid stuur' onze daên, Laat ons in ootmoed tot U gaan, En dartelheid verachten. Nooit spreid Trotsheid, Ons haar laagen, Dat w' in plaagen, Christlyk zwygen, Trachten Uw genâe te krygen. 5 Zyt Jesus onze schild en schat, Zyt onze roem en sterke Stad, Waarop wy ons ver-

laaten; Ons hart zy Hemelwaarts gekeerd, Terwyl trouwloosheid hier regeert; 'Er is op alle straaten Loosheid, Boosheid, Angst en plaagen, Die steeds knagen, Dreigen, Knellen, En het Christendom ontstellen. 6 Heer Jesus, kom van Uwen troon, O Vre- devorst, Held, Davids Zoon, Verhoor Uws Volks gebeden, Want Gy, Gy zyt ons eenig goed, En met Uw onwaardeer- baar bloed, In 't heiligdom getreden. Kom

neêr, Hélp Heer, Laat Uw straalen Op ons dalen, Dan zoo danken, Wy U steeds met vreugde klanken.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
CL geestlyke gezangen · Abdias Velingius · Poetry Cove