Skip to content
1766

CL geestlyke gezangen

Abdias Velingius

F. Verloochening van eige wysheid. CXVII Lied. Voize Lied LXXI.

1 Weg met waan en ydelheden, Daar de waereld roem op draagt, Dat my van Hem af doet treden, Aan wien 't nedrig hart behaagt, Nimmer in zyn magt vol- prezen, Onbevatbaar in zyn Wezen. 2 Wat my, zeg ik, niet kan voeren tot den Allerhoogsten Heer, zal myn lust voortaan

niet roeren, Enkel vuilnis is 't, niet meer. Dit is wysheid, hoog te schatten, Dat my Jesus doet bevatten. 3 Vraagt Gy, wat het toch moog wezen, Dat myn hart zoo zeer begeert? 't Is, wan- neer men God mag vreezen En den groo- ten Schepper eert: Dit 's de wysheid, dit is 't leven, Hemelburgeren gegeven. 4 't Kwaad te myden, 't goed te zoeken, Jagen naar Godzaligheid, 's Waerelds ydel-

heen te vloeken En al, wat eens van ons scheid: Dit is wysheid, dat zyn gaven, Die en ziel en lichaam laven. 5 Wilt Gy dit nu niet gelooven, O Gy valsch beroemde kunst? Wis! Gy wordt, als stof verstoven: Waar? waar blyft dan menschen gunst? Ach hoe ras is 't al ver- slonden, Dat wy niet op Christus gronden!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
CL geestlyke gezangen · Abdias Velingius · Poetry Cove