Christus Genaderyke Geboorte, en Derzelver Heilryke Vruchten: Of Zyne Lichaamelyke voor, en Zyne Geestelyke Geboorte in, ons. Uit Lucas II:1-15. XVII. Lied. Op vorige Wyze.
1. Augustus, die, door kryg en raad, Het Rooms Gebied hielp styven, Beval, dat ieder, in zyn staat, Zich op zou laten schry- ven. 't Gebod werdt niet zo ras gehoord, Of ieder moest naar 's Keizers woord Zich naar zyn Stad begeven, Om als schuldig On-
derdaan Die in 's Keizers gunst zou staan, Zyn Naam te zien beschreven. 2 Men zag Herodes 't Joodsche Land Als Koning toen regeeren, Schoon Hy, aan Caesars eed verpand, Zich zelv' zag overheeren. Het Vorstlyk Woord had alzins klem, Des Joseph trok naar Bethlehem, Uit Davids Stam gesprooten, En Maria, in den Echt, Aan dien Joseph toegezegt, Volgd' ook haar Stamgenooten.
3 Thans kwam de tyd, dat zy den Held, Haar Grooten Zoon, zou baaren, Dien God ons gunstig heeft besteld, Om 't heil ons te verklaaren, Die Groote Heer van 's Hemels Troon, Werd dus Marias Wonder Zoon, Hy wild' op Aarde leeven, 's Hoogsten Zoon, en 't Hoogste Goed, Werd gelyk ons Vleesch en Bloed, Om Zaligheid te geeven. 4 Het Herdertal op 't Veld verspreid Dat 's Nachts het Vee bewaarde, Vernam des
Heeren Majesteit, Een Engel kwam op Aarde, Hy trad tot by hun tent op 't Veld, Hun hart werd door den schrik bekneld, Wie zou dit niet doen duchten? Wyl de Hemel Heer- lykheid Zich rontom hen had verspreid, Daar niemand kon ontvlugten. 5 Vrees niet, (dus sprak de Hemel Geest) Maar juich in Uwe harten, God is Uw hulp en troost geweest, Hy heelt Uw bittre smar- ten; Die vreugd is yder een bereid Die regt
gelooft tot Zaligheid, Want Dien God had verkooren Tot het heil van 't Aardsch Geslacht, Jesus Christus, lang verwagt, Is thans als Mensch geboren. 6 Gaa in de Stad, en daar zult Gy In doe- ken zien gewonden, Hem, schoon Hy zon- der sieraad zy, Die weg neemt al Uw Zon- den. Terstond kwam uit den Hemel neêr Een schaar van Eng'len, die den Heer, Toejuichte boven allen, Vrede zy in 't
't gantsche rond, God toont 't Menschdom deser stond Een gunstryk welgevallen. 7 O Jesus Christus, tot Uw lof Zy steeds van ons gezongen; Wyl Gy, gedaalt uit 't Hemelhof, Hebt dood en hel bedwongen. Kom Jesus, kom in myn gemoed, Het zy Uw Krib, myn hoogste goed: Ach wil het, ô myn Koning, Onuitputbre Leevensbron, God en Mensch, myn schild, myn Zon, Bereiden tot Uw wooning.
8 Verlicht my gantsch, kom woon in my, Word in m' op nieuws geboren, Dat 'k naar Uw Beeld herschapen zy, 't Welk van ons was verloren. Dat nooit myn Ziel ontbloot mag zyn Waarachtig Licht, van Uwen schyn, Laat my steeds goed bezinnen, Dat ik myn gantschen Leevenstyd, U vuurig, en met allen vlyt Myn' Naasten, mag beminnen.
Cookies on Poetry Cove