De Zaligheid van hem, die Jesus lief heeft. CIX Lied. Voize Lied LXXII.
1 O Jesus! Jesus, 's Vaders Zoon, Myn Broeder; myn Genadetroon, Myn blydschap uit den hoogen, Gy weet dat
ik niets valschs verdicht, 't Is klaarer voor U dan het licht, Aan 's Hemels ruime boo- gen: Niets Heer! Is meer Hier op aarde My van waarde. 'k Zal U minnen En, met al myn hart bezinnen. 2 Dit krenkt myn Ziel, dit baart my smart, Dat ik niet meer met al myn hart, In lief- de vuur kan gloejen; Want 'k vind van dag tot dag, o Heer! Dat, hoe 'k U min des noch te meer Myn liefde drift moest
groejen. Zyt my Steets by, Laat Uw Ze- gen, Als een regen My besproeyen, Zoo zal myne liefde groeyen. 3 Geef, dat ik recht dit doel beschiet! Dat 'k U zoo veel myn plicht gebied En, naar myn lust, moog lieven; Want niets, dat d'aard in zich bevat, Van pracht, van wellust, eer of schat, Kan myne ziel ge- rieven; Of my, Als Gy My wildt laten, Immer baten. Uwe liefde Trooste my,
als smert my griefde. 4 Gy hebt o Heer! Uw grootsten lust Aan die U mint: Gy schenkt hem rust, Ver- vrolykt zyn geweten: Het ga hem, zoo als 't wil, op aard; Hy zal na 't Kruis, dat nu bezwaardt Zyn rampen haast vergeten. O Ja! Hier na Zal zyn lyden In verblyden Eens verkeeren; Dan zal hem geen smart meer deeren. 5 Geen oor heeft immer dat gehoord,
Geen oog gezien, of opgespoort, Geen mensch kan ooit beschryven, Wat vreugd, wat Hemelheerlykheid Die by en van U zyn bereid, Die in Uw liefde blyven. Wie kan Iets van Al die schatten Ooit bevat- ten, Of waardeeren, Die Gods Gunst ons zal vereeren? 6 Des zal, o Jesus! my voortaan Die zorg alleen ter harte gaan, Dat 'k u moog recht beminnen, En alles, dat aan U behaagt,
En daar Uw heilwoord van gewaagt, Betracht' met Ziel en zinnen: Tot my Eens zy, Na dit leven, Dat gegeven, Dat 'k mag ko- men, Daar, daar nooit wordt angst ver- nomen. 7 Daar zal ik Uwe zoetigheid, Dat He- melsch man, voor my bereid, In reine liefde smaken: Daar zal 'k Uw lieflyk aan- gezicht Aanschouwen, in een helder licht, Geen vrees zal my genaken. Voorwaar
Zal daar Na myn stryden My verblyden, t' Zegenvieren, En een hemelkroon my sieren.
Cookies on Poetry Cove